Kantoor etiquette: persoonlijke hygiëne

We lijken vergeten te zijn hoe we ons horen te gedragen op kantoor. We zijn vergeten wat wel en vooral ook wat niet hoort in een zakelijke setting. We zijn de kantooretiquette kwijt. Daarom is de serie De Kantooretiquette er. Zodat we weer een collectief geheugen kweken, over hoe het hoort op kantoor.


De titel van deze etiquette doet vermoeden dat we in het Romeinse Rijk leven en ik pleitborger ben van de badhuizen waar collega’s elkaar rug schrobben terwijl ze filosoferen over het leven. Zo’n vaart loopt het gelukkig niet. Maar het feit dat er een etiquette hiervoor nodig is, toont aan dat persoonlijke hygiëne geen gegeven is in de kantoortuin. Je dient eraan te werken.

Dat is in de eerste plaats voor jezelf. Los van alle gezondheidsredenen en je gevoel van eigenwaarde, is het namelijk ook nuttig voor jezelf in de kantoortuin. Hoe erg we ook ons best doen om niet te discrimineren is er één vorm van discriminatie die er altijd tussendoor glipt: die van de lelijke, stinkende collega. Het is vervelend om te delen, maar er onverzorgd uitzien of onappetijtelijk ruiken belemmert je kansen op werk aanzienlijk.

In de tweede plaats doe je dit voor collega’s. Kennen we het open floor plan nog? De grote kantoortuin? Hierdoor kunnen geuren ongecontroleerd door de ruimte gieren. Zo kan een lokale oksellucht drie bureaus verderop een peloton aan neuzen penetreren. Dat werkt niet lekker. Dat is niet zo collegiaal.

Wat hoort niet

  1. Kantoor-RIVM. Het landelijke RIVM is van vitaal belang. Helaas loopt er soms op kantoor een lokale variant van. Een collega waarbij de persoonlijk hygiëne zo is doorgeslagen dat alles gedesinfecteerd dient te worden met smerige doekjes. Dat collega’s te pas, maar vooral te onpas, worden aangesproken op hun gedrag dat potentieel een nieuwe COVID-virus introduceert. Doe jezelf een plezier, wees deze collega niet.

  2. Lokale Douglas. Aan de andere kant van de muffe luchtjes van onverzorgdheid, staat de doorgeslagen collega die alle goede geuren probeert te combineren. Bij mannen kan dit zich uiten in een karrevracht aan deodorant onder de oksels of een bad aan cologne in de nek. Collega’s om deze mensen heen worden misselijk door de lokale lucht in te ademen. Bij vrouwen uit het zich vaak in een overdosis aan parfum, waardoor de kantoortuin direct een Douglas wordt.

  3. Sporten zonder douchen. Sporten voor werk of gedurende de lunch is zeer gezond. Het leidt tot een betere gezondheid en betere loonslaven. Hoera! Echter: een beetje deodorant na een workout opspuiten is géén optie. Je mag de rest van de dag thuiswerken, waar niemand je kan ruiken. Of je neemt een goede douche.

  4. Wild & free. Lange haren op het hoofd en in het gezicht (in de vorm van een baard) zijn helemaal prima. Zo lang ze maar goed verzorgd zijn. Datzelfde geldt voor korte haren op deze plekken. Dus geen baard die doet vermoeden dat je dakloos bent. En geen vettig haar wat doet vermoeden dat er frituurvet uit je douche komt. 

Wat hoort wel

  1. Een frisse douche. Het klinkt als een open deur, maar douche minimaal om de dag. Zelfs als je van nature naar roosjes ruikt: het kantoor is doorgaans een muffe plek. En die mufheid kleeft na zo’n dag óók aan jou. Als je dan toch de douche uitstapt kun je meteen de tanden poetsen.

  2. Een goede tondeuse. De baard en de snor zijn in. Geweldig! We hoeven echter geen Gandalf of Stalin op kantoor te zien. Investeer dus in een goede tondeuse en gebruik deze minimaal wekelijks.

  3. Regulier kappersbezoek. Vaak wordt de haardracht over het hoofd gezien bij persoonlijke hygiëne – applaus voor deze woordgrap mag volgen. Maar een goede coupe leidt tot mentale gezondheid, wat we ook tijdens Covid-semi-intelligente-lockdowns zagen. Daarom is een regulier kappersbezoek essentieel voor je persoonlijk hygiëne op kantoor.

Volgende
Volgende

Kantoor etiquette: Roddelen